Kinderachtig

Wendy Louise, kind, Wendy's Wereld‘Zijn we er al bijna?’ Ik was een jaar of vier en liep met mijn ouders in Bakkum. Het was mooi weer, we gingen naar het strand. Maar de enige manier om daar te komen was over al die duinen. Mijn kleine benen konden niet meer. ‘Even volhouden Wen,’ suste mijn vader, ‘we zijn al over de helft.’ ‘Ja hoor, zo lang nog?’ zuchtte ik. Ik wenste dat ik Kim was. Zij lag lekker in de kinderwagen, ik wilde ook zitten en gereden worden.

Laatst had ik het met een paar vriendinnen over de zin van het leven. Je kent het wel, er zit wat wijn in en dan begint het gedonder. ‘Weet je Wen, we kunnen best al over de helft zijn’, zei een van mijn vriendinnen. ‘Ja hoor, zo kort nog?’ hoorde ik mezelf antwoorden en ik dacht terug aan die Bakkumse duinworstelingen uit mijn jeugd. Was ‘over de helft zijn’ als kind voor mij nog lang niet genoeg, de volwassen Wendy vindt het maar angstaanjagend lang.
Zitten en gereden worden heeft overigens tegenwoordig ook een totaal andere betekenis. Wanneer bij Albert Heijn alleen de invalidenparkeerplek nog vrij is, rijd ik met liefde een blokje verder en dank ik God op mijn blote knieën dat ik die plek niet nodig heb.
Naarmate het leven vordert, verandert het zorgeloze Wendietje dus in een angstige en piekerende mevrouw. Daar moet ik maar eens iets aan doen.

Zo kan ik me vreselijk opwinden over die Zwarte Piet-discussie. Volwassenen wringen zich in allerlei bochten om maar politiek correct te zijn.
Als kind vroeg ik mij echt niet af of mijn klasgenootje Clarence zich gediscrimineerd voelde door Zwarte Piet. Welnee, ik ging de hele wijk af om te vragen of de buren hun schoorsteen wat beter wilden schoonmaken voor die arme Piet.
En Clarence?
Die ging met me mee.

Twee jaar geleden overleed onze kater Bowie. Kosten noch moeite werden gespaard om het beestje een waardig afscheid te geven. Snikkend zaten we op een bankje naast het veldje waar zijn as zojuist was uitgestrooid, compleet met afscheidsbrief en bosje gras (want ach, hij hield er zo van om op gras te kauwen).
Ik herinner me nog de dag dat onze cavia Troeltje haar laatste irritante cavia adempje uitblies. Het vroor zeker 15 graden en Kim trok erop uit met Don Ron. In de ene hand had mijn vader een grote schep, in de andere Troeltje in een pedaalemmerzak. Mijn vader besloot Troeltje te begraven op een mooi stukje land dat was omringd door hoge bomen en een paar slootjes. Hij stak zijn schep in de grond maar het ding brak in tweeën op de harde aarde. ‘Pa, gooi die cavia gewoon in de sloot. Ik heb het koud, ga mee naar huis’, sprak kleine Kim.

Heerlijk toch, kind zijn? Daarom houd ik het kind in mij levend. En de eerstvolgende keer dat iemand mij beschuldigt van kinderachtig gedrag, heb ik mijn antwoord klaar. ‘Niet kinderachtig, maar kinderlijk. En dat wil ik graag zo houden.’
Toch ontkom je er niet aan. Deze column schrijf ik terwijl ik in de trein naar Schiphol zit. Ik wind me gigantisch op over die smerige fabrieken bij Sloterdijk. Dikke plukken vieze lucht stijgen op vanuit de schoorsteenpijpen en ik voel mijn bloeddruk omhoog schieten. Wat doen we toch ons stinkende best om deze mooie wereld kapot te maken. Mijn kinderlijke zorgeloosheid is ver te zoeken realiseer ik me, wanneer ik het meisje naast me tegen haar vader hoor zeggen: ‘Kijk papa, in die fabriek worden de wolken gemaakt.’

Advertenties

5 gedachtes over “Kinderachtig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s