Hoofdstuk 12 – Hoe het afliep…

Mallorca, Wendy Louise, Een man op Mallorca‘Roberto, ik moet even douchen…’
We staan nog steeds in het halletje, ik half groen, hij half groen. Zodra hij begint te lachen weet ik weer waarom ik halsoverkop viel voor deze man. ‘Ik maak wel even kennis met je zus, ga maar’, lacht hij terwijl hij me zacht in de richting van de trap duwt. Er gaat van alles door mijn hoofd, ik kan Kim toch niet zomaar met hem opzadelen? Wat als hij de bos bloemen van Antoni ziet? Straks maakt hij rechtsomkeert! Ik moet Kim appen, ze moet het kaartje van die verdomde bos bloemen aftrekken.

Onder het warme water van de douche kalmeer ik. Het bad heb ik maar weer laten leeglopen. Wanneer ik even later de kamer binnenkom, zijn Roberto en Kim gezellig aan het kletsen en staat er een fles wijn op tafel. ‘Ik pak ook een glas’, zeg ik terwijl ik me weer omdraai. Op mijn weg naar de keuken gris ik pijlsnel het kaartje van de bos bloemen. Antoni gaat het dit keer niet voor me verpesten.
‘Hoe lang blijf je?’ Zeg alsjeblieft niet dat je morgen alweer weggaat.
‘Het hele weekend. Ik slaap in het Double Tree op het Centraal Station.’ Bingo!
Netjes dat hij een hotel heeft genomen.
En hoe saai.
Dat zou Antoni nooit hebben gedaan.
Nee, die heeft daar geen geld voor!
Och hemel, de engel en de duivel zijn terug van weggeweest.
Ik schud mijn hoofd heen en weer en kijk Roberto aan. Dit weekend bestaat Antoni niet, besluit ik. Roberto verdient een eerlijke kans, wíj verdienen een kans.

Rond middernacht nemen we afscheid. De onwennigheid is totaal verdwenen. Over Mallorca praten we niet, laat staan over wat er daar is gebeurd. Ik moest er daarnet wel aan denken. Roberto nam een slok van zijn wijn en staarde dromerig voor zich uit. ‘Zou hij nu aan Mallorca denken?’ flitste het door mijn hoofd. Het volgende ogenblik nam hij me in zijn armen en kuste me. Terwijl de smaak van rode wijn en cashewnoten mijn mond binnendrong besloot ik dat hij daarnet vast niet aan Mallorca dacht. ‘Buenas noches nena’, fluistert hij in mijn haar nadat hij me de laatste kus geeft. Correctie: de laatste kus voor vandaag.

Ken je ze? Die weekenden waarin je van alles plant. Op vrijdagavond begin je al met iets leuks en dat gaat zo het hele weekend door. Etentjes, borreltjes, een verjaardag, een concert, nog even shoppen en ach dan ook maar lunchen. Er lijkt geen eind aan de plannen te komen… Maar voordat je ‘prettig weekend’ kunt zeggen is het alweer voorbij. Zo’n weekend werd het.
Ik knipperde twee keer met mijn ogen en het was zondagavond. Roberto heeft een tafel gereserveerd in de Sky Lounge, wat mij betreft de bar met het beste uitzicht op de stad. Ik kwam hier al vaker, maar nooit in zulk goed gezelschap.
Het hele weekend passeert de revue terwijl we wachten op ons eten. Apart hoe je in twee dagen tijd zo vertrouwd met iemand kunt raken. Roberto doet de blik van de receptioniste van het Rijksmuseum na en ik lach met hem mee. Dit voelt zo goed. Roberto is alles wat ik ooit wenste in een man, en meer.
Aan het eind van de avond besluit ik daarom niet naar huis te gaan.
‘Weet je het zeker nena? We kunnen wachten hoor.’ Roberto drukt me iets van zich af terwijl de lift van de Sky Lounge naar de derde verdieping zakt. Ik doe nog heel even of ik nadenk maar sla dan mijn armen om zijn nek en kus hem. ‘Ting’ zegt de lift. ‘Eindelijk’ verzucht ik, terwijl we door de hal richting Roberto’s kamer lopen.

Maandagochtend sliepen we door de wekker heen (tja), waardoor het afscheid meer een rommelige verzameling van vlugge kusjes en heel veel schelden werd. Roberto haalde zijn vlucht nog net.
En ik?
Ik zat om half twaalf weer achter mijn laptop, te tikken alsof ik niet net een levensveranderend weekend achter de rug had. Je hoeft geen genie te zijn om te begrijpen dat ik me absoluut niet kon concentreren. Ondanks dat ik me realiseerde dat ik mezelf een schop onder mijn kont zou moeten geven en voor brood op de plank moest zorgen, liet ik het bad nog maar eens vollopen. Uiteindelijk had ik nog een baddersessie tegoed. Was dat echt pas tweeëneenhalve dag geleden?!

‘Javier! Is alles goed met Roberto?’ Zodra ik de naam van een man op Mallorca in mijn telefoonschermpje zag, zat ik rechtop in bad. ‘Hola Wendy, maak je niet druk. Hij is zojuist veilig geland. Ik was benieuwd hoe het met je gaat… hoe het met jullie is gegaan. Euhm… komt er een vervolg?’ Ouwe matchmaker! Ik liet me achterover in bad zakken en vertelde hem van alles over het afgelopen weekend. De gecensureerde versie. Uiteraard.
Javier was overduidelijk in z’n sas en ik bedacht me wat een ongelooflijke mazzel het was dat uitgerekend hij, Roberto’s vader, de brieven van Antoni vond. Het had ook de vader van Ben Saunders kunnen zijn, ik bedoel maar.
‘Het zou toch geweldig zijn als jij degene wordt die mij m’n kleinkinderen bezorgt.’ Ik greep me vast aan de badrand. Vraag me niet wat ik antwoordde, het was beleefd en correct. Maar vooral ontwijkend. Kleinkinderen? Moest ik niet eerst even wachten tot ik mijn zwemdiploma A had behaald en mijn plaatjesbeugel eruit was? Serieus, hoe oud denkt die man dat ik ben?
Kinderen… Dat station ben ik gepasseerd. Ik moet er toch niet aan denken.
Maar Roberto heeft klaarblijkelijk een andere mening. Waarom begon Javier er anders over? Zou Roberto met zijn vader over kinderen hebben gemijmerd? Kleine Wendietjes met het mooie, dikke haar van hun vader? Het zal toch niet waar zijn?

Nadat ik de verbinding met Javier verbreek en de paniek echt toeslaat, klik ik in een vlaag van verstandsverbijstering op het hoorntje naast de naam ‘Antoni’. Om vervolgens op meer baby-nieuws te worden getrakteerd. ‘Wat denk je Wens? Staat er opeens een meisje van negentien voor mijn neus! ‘Hoi, ik ben je dochter’ zei ze doodleuk.’
Fijn, laten wij het óók over kinderen hebben.
Toegegeven, mijn probleem is niets vergeleken bij dat van hem, dus besluit ik erop in te haken. Maar terwijl Antoni vertelt over de dochter die hij negentien jaar geleden verwekte tijdens een onenightstand, zie ik het gezicht van Roberto voor me.
Het was weer te mooi om waar te zijn. Natuurlijk wil een kinderloze man van eind dertig kinderen verwekken. Het liefst zo snel mogelijk. Niemand zo geschikt als een gezonde Hollandse boerin met blosjes op haar wangen en brede heupen om die wens in vervulling te laten gaan. Ze zouden me er toch niet op hebben uitgezocht? Nee, zo breed zijn mijn heupen niet. Als ze een dikke kont hadden gezocht, ja dan was het wel verdacht geweest.
‘Wens, ben je er nog?’
Oeps Antoni.
‘Ik moet ophangen Antoni, ik lig in bad en als ik nog langer blijf liggen kan Kim me verkopen als zeer zeldzaam Shar-Pei exemplaar.’
‘In bad? En dat zeg je nu pas! We hadden kunnen Facetimen… Ik kan niet wachten om je weer te zien, weet je. Dit keer kom je niet zo snel van me af, ik wil je zoenen, voelen en Wens, weet je wat ik nog meer met je wil doen…?’
Tralalalaaaaa, ik stop mijn vingers in m’n oren. Ik doe niet meer aan seks, van seks krijg je kinderen en klaarblijkelijk heeft Antoni superzaad; in een keer raak. Dank u, ik ga in het klooster.

De week die volgt vliegt voorbij. Ik stort me op mijn werk en probeer vooral niet aan de zoon van een man op Malorca te denken. We bellen twee keer, hij een keer mij en ik een keer hem. Ik mis Roberto, maar ik wil echt geen kinderen. Tien jaar geleden? Tuurlijk, graag, mijn grootste wens. Maar moet ik dit nu al ter sprake brengen? We hebben net verkering (wat een vreselijk woord).
Het tweede telefoongesprek dat we voeren is een stuk minder ongedwongen. Roberto’s vermeende kinderwens hangt als een ooievaar tussen ons in, ik besluit na vijf minuten de verbinding te verbreken.
Nog geen minuut nadat we ophangen klinkt het WhatsApp geluid van mijn mobiel.Mallorca, Een man op Mallorca, Wendy Louise
‘Ik mis je Wens, waarom kom je niet naar me toe?’
Ja, waarom doe ik dat niet gewoon? Waarom vergeet ik die hele schoonfamilie op Mallorca niet gewoon en stort me in de armen van Antoni? Kinderwens, drugsverslaafd, leugenaar, bedelaar, been there done that. We hebben alles al meegemaakt, het kan alleen maar beter worden. Bovendien houd ik van hem, dat staat als een paal boven water. Vooral niet aan palen denken, voor je het weet ben je zwanger.
Wat moet ik nou toch doen? Verder met Antoni, kiezen voor de gemakkelijke weg en het vertrouwde? Of stort ik me in het onbekende met Roberto?

‘Jij bent het gewoon voor mij, ik wil nooit meer een ander. Je bent mooi, grappig, brutaal, vreselijk vervelend en adrem, maar ook zo verschrikkelijk lief.’
Ik lig in bed en voel mijn binnenste smelten. We doen dit nu al een week lang iedere avond. Ik heb een of andere vage 0900-dienst gevonden waarmee je voor twee cent per minuut naar Spanje belt. Zeven avonden achtereen vielen we samen in slaap.
‘En lekker. Had ik al gezegd dat je lekker bent?’
Ik giechel. Hij weet precies het juiste te zeggen, bellen met hem verveelt nooit.
De tweestrijd in mijn hart is voorbij. Ik was serieus verliefd op beide mannen. Twee mannen, zo verschillend. Maar tijdens onze lange telefoongesprekken deze week kwam steeds meer het besef dat dit goed voelt. Beetje bij beetje zonk mijn besluit in, tot aan het moment dat ik het zeker wist. Kun je van iemand gaan houden door alleen maar met elkaar te praten? Zonder elkaar te zien, laat staan aanraken.
Ja. De keuze is gemaakt, ik wil hem. Voor de rest van mijn leven, tot de dood ons scheidt en zelfs dan zullen we elkaar weer vinden. Nooit, maar dan ook nooit meer wil ik iemand anders.
‘Zullen we gaan slapen? Ik heb morgen een ontbijtmeeting. En ik ben al niet op mijn best in de ochtend…’
‘Dat verandert wel als we eerdaags samen zijn. Ik sta iedere ochtend op om sterke koffie voor je te zetten. Alles voor mijn meissie.’  Als ik nog harder glimlach barst mijn gezicht. Ik weet het zeker, op dit moment is er niemand gelukkiger dan ik. Onmogelijk.
‘Trusten kanjer, ik spreek je morgen weer. Slaap lekker.’ Ik draai me op mijn zij en leg mijn hand onder het kussen, alsof ik in zijn armen in slaap val.
‘Welterusten Wens, iek gouw ven jauw.’

Mallorca, Een man op Mallorca, Wendy LouiseWat zou het een prachtig eind zijn, niet? Ik hoor een heel hoop ‘NEE’- geschreeuw, maar Antoni is echt veranderd dames (en een enkele heer). Uit jullie reacties maakte ik overigens (ietwat verbaasd) op dat de kampen gelijk zijn verdeeld. Net zoveel stemmen voor Antoni als voor Roberto.
Enfin. Ik koos voor Antoni. Noem het ’t vertrouwde gevoel, het ‘oude liefde roest niet’ syndroom. Ik voelde liefde, was ervan overtuigd dat we deze tweede kans niet voor niets kregen en stortte me vol in het avontuur. We maakten plannen. Met Kerst zou hij naar Purmerend komen en begin volgend jaar zou ik hem thuis opzoeken, in Palencia. Daarna zouden we snel samen een huisje zoeken. Op Lanzarote, waar het allemaal begon…
De oplettende lezer heeft het echter al door: ik spreek in de verleden tijd.
Dit was twee weken geleden serieus het einde van ‘Een man op Mallorca’, tot het verhaal een gigantische wending nam.
Neem een kopje koffie, of beter een borrel, en ga er maar even voor zitten.

De kogel was door de kerk. Nu moest ik het alleen Roberto nog vertellen. Dat ik zoiets niet door de telefoon zou doen, was me al snel duidelijk. Ik zou naar Mallorca vliegen.
Zonder dat ik Roberto inlichtte, reserveerde ik een vlucht en een hotel voor twee nachten in Palma. Omdat ik mijn vriendinnetje Ingrid ook al een tijd niet had gezien, besloot ik dit keer niet naar Cala Millor te gaan maar aan de kant van het eiland te blijven waar zij woont. En Roberto.
Ergens boven Frankrijk staken de kriebels in mijn buik de kop op. Terwijl ik naar Roberto’s foto op mijn mobieltje keek, knaagde er een gigantische twijfel aan me.
Deed ik hier wel goed aan? Wanneer was mijn gevoel voor Roberto veranderd? Was dit nou alleen maar om die babywens van Javier? Of kwam het doordat ik al een weeklang werd gebrainwasht door Antoni?
In semi-paniek bladerde ik door de foto’s die we namen toen Roberto in Amsterdam was. Twee vrolijk lachende mensen, gelukkig. Alleen het zien van de foto’s maakte me alweer blij. Met Roberto deel ik geen verleden. Al helemaal niet zo’n akelig verleden als dat van Antoni en mij.
Ik zuchtte diep en sloot mijn ogen. Opnieuw was ik de twee mannen in mijn leven aan het vergelijken. Maar de vergelijking zou nooit eerlijk zijn. Omdat Roberto nooit een eerlijke kans had gehad.

Op de luchthaven van Palma moest ik een eeuwigheid op mijn koffer wachten. Terwijl ik iedereen zijn koffer van de band zag grissen om vervolgens door de douane te verdwijnen, kwam die van mij maar niet voorbij. Zou mijn  koffer achtergebleven zijn op Schiphol? Het zou niet de eerste keer zijn.
De band naast me begon te draaien en ik glimlachte op het moment dat het vluchtnummer op het schermpje verscheen. Een binnenlandse vlucht uit Villanubla, de luchthaven vanwaar Antoni zou reizen. Dit was een teken, ik moest mijn plan doorzetten. Nadat ik mijn koffer (halleluja, daar was ie dan!) van de band tilde, zuchtte ik nog eens diep en liep vol vertrouwen de aankomsthal in.

Zodra de buitendeuren openschoven, werd ik aangenaam verrast door de warmte. Het was begin november maar zelfs de weergoden waren me gunstig gezind. Als ik nu achter de rij wachtenden voor de taxi’s zou aansluiten, was ik bijna weer terug op Schiphol. Wat een berg mensen! Ik besloot een Fantaatje (er gaat toch niets boven de échte Spaanse Fanta?) in het café naast de ingang te nemen zodat die rij wat kon slinken.
Naast me zat een typisch Spaanse vrouw aan een kopje sterke, zwarte koffie. Haar gitzwarte haar was gepermanent. Om haar lippen tekende ze een dikke rand met donker lippenpotlood, de rest van de lippen waren opgevuld met een nude lipstick. Terwijl ze zenuwachtig aan een sigaret lurkte, tikte ze met de gigantische nepnagels van haar andere hand op de tafel. Ik onderdrukte een lach op het moment dat ik me realiseerde dat ik naast de Spaanse Patty Brard zat.

Aanvankelijk besefte ik niet goed wat er gebeurde. In het script van de film waarop mijn leven sinds een paar maanden leek, stond er op dit moment geen spannende scene gepland. Dacht ik.
Maar toen zag ik hem door de schuifdeuren naar buiten komen. Naast me klonk een schril kreetje en ik keek toe hoe de Spaanse Patty Brard opstoof. Ik volgde haar met mijn ogen, de rest van mijn lichaam was tijdelijk gevoelloos. Ik keek toe hoe ze hem om zijn nek vloog en hem, met die dik omrande lippen, vol op zijn mond kuste. ‘Antoni’ had ze geroepen, ik verbeeldde het me niet. Met gesloten ogen probeerde ik mijn hartslag in bedwang te krijgen, maar toen ik een seconde later mijn ogen opende, keek ik hem recht in het gezicht en voerde mijn hartslag het tempo nog iets op.
‘Wens …’ Hij duwde Patty opzij en liep op me af.
Niks Wens, flikker lekker op met je Wens! Wat is dit? Wie is dit?
‘… Wat doe jij nou hier?’
Antoni stelde de vraag die op mijn lippen brandde. Lippen die nog steeds in verlamde staat verkeerden.
‘Hi,’ onderbrak Patty hem, terwijl ze haar hand naar me uitstak, ‘ik ben Rosi.’
Patty, Rosi. Potato, Poteeto
‘Ook toevallig dat jullie elkaar kennen, we zaten net naast elkaar! Maar vertel eens, hoe ken jij mijn echtgenoot?’

‘Het is toch niet waar? Meen je dat nou serieus?’ Ingrid kijkt me aan alsof ik haar net heb verteld dat Ferry Doedens is getrouwd met Ryanne uit Expeditie Robinson. Maar de werkelijkheid is nog ongeloofwaardiger. Antoni is getrouwd. Met Patty Brard.
‘Hij stond daar maar en zei niets, geen woord.’ Ingrid pakt mijn hand vast en kijkt me medelevend aan. Vreemd genoeg hoef ik niet te huilen. Ik voel me niet verdrietig, ik voel eigenlijk helemaal niets.
‘En toen Wen, wat deed je?’
Jouw echtgenoot, zei ik. Ik sprak het heel overdreven uit, terwijl ik hem strak bleef aankijken. Antoni en ik zijn vage kennissen, vrienden van vrienden van vrienden, zeg maar. Ze begon direct weer te kwetteren maar ik heb met mijn hoofd geknikt en ben weggelopen. Ik ben doorgelopen tot de bushalte en heb de bus naar Palma gepakt. Ik moest weg daar, weg van hem. Gatverdamme Inge!’
Opeens begin ik wel te huilen. Het gebeurt zo abrupt dat ik het zelf niet eens zag aankomen.
Ik ben er weer ingetrapt. Leer ik het dan nooit? Hoe oud moet ik worden voordat ik eindelijk eens een normaal liefdesleven voor mezelf kan creëren? Wat is er toch mis met mij?

Onderaan de berg waar Ingrid woont bevindt zich een luxe loungeclub. We besluiten daar de rest van de dag aan ons kleurtje te werken, onder het genot van de meest exclusieve cocktails. Gewapend met een bikini en creditcard (ik zie thuis wel weer hoeveel ik precies heb uitgegeven) dalen we af naar ons hemeltje voor de dag.
Twee ligbedden roepen onze naam zodra we het terras oplopen. In de zon, uit de wind en niet ver van de bar. Nadat we zijn geïnstalleerd en een heerlijke ober een overheerlijke Mojito voor ons neerzet, gaat mijn telefoon.
Ik check wie er belt en kijk Ingrid aan. ‘Is hij het?’ vraagt ze.
Ik knik van ja.
‘Laat maar even gaan mop, het is verstandig om eerst af te koelen.’
Ik stop de telefoon terug in mijn tas en ga achterover op het bedje liggen. Sinds wanneer is Ingrid zo verstandig? Waar is de tijd gebleven dat ze mij het ziekenhuis in dreigde te slaan met een honkbalknuppel? Ik moet hardop lachen om onze insiders-joke. Ooit hebben Ingrid en ik een keer ruzie gehad. Het dreigement dat ze toen uitte, gebruiken we nog steeds. Voor de lol.
‘Ik bedacht me net dat jij zo verstandig bent geworden…’ verklaar ik, als ik merk dat ze vragend naar me kijkt, ‘… en ik zo’n oen!’ ‘Wen,’ zucht Ingrid, terwijl ze iets rechterop gaat zitten, ‘verwijt jezelf niks. Die gast is gewoon een leugenaar. Altijd al geweest en hij zal het dus altijd blijven. Dat blijkt wel. Geen mens had toch kunnen weten dat hij er een vrouwtje op nahield? Als hij morgen weer belt, neem je op. Je luistert nog een keer naar wat hij te zeggen heeft en dan zeg je hem voorgoed adios.’
Het klinkt allemaal zo simpel.
‘En dan ga je naar Roberto en zoek je uit wat daar nog speelt. Wil hij een elftal koters of kletst Javier uit zijn nek? Voel je weer die kriebeltjes die je in Amsterdam had? Geef die man een kans… En anders geef je hem mijn nummer maar, madre mia wat een lekker ding!’ We barsten in lachen uit. Ze heeft helemaal gelijk, Antoni is mijn tranen niet waard. Nooit geweest en God weet dat ik al wat rivieren om hem heb gejankt. Hoog tijd voor drooglegging.
Maar ik kan toch niet zomaar weer overstappen op Roberto? Ik ben hierheen gekomen om hem te vertellen dat het over is tussen ons.
‘Voordat je nu gaat stamelen over het feit, dat het nu net lijkt of je terugkrabbelt naar Roberto omdat het met Antoni niets wordt…’
Sinds wanneer leest Ingrid mijn gedachten?
‘… Hij weet van niks. Vooral zo houden. Je ‘verrast’ hem gewoon met een bezoekje. En je gaat lekker met hem uit eten, jullie praten en pas dan beslis je.’
Ik weet dat ze gelijk heeft. Roberto hoeft niets te weten over Antoni, het heeft totaal geen nut hem iets te vertellen.
‘Ik zou alleen niet als verrassing aan zijn deur opdraven. Bel hem even van te voren, je weet maar nooit’, drukt Ingrid me op het hart. ‘Straks doet zijn vrouw de deur open. Of hij heeft een kelder vol seksslavinnen, of …’
‘Jaja, ik begrijp wat je bedoelt,’ lach ik, ‘ik bel hem zo wel. Genoeg verrassingen voor vandaag.’

Het is zes uur en ik zit op mijn hotelkamer. Telefoon in de hand.
Licht in mijn hoofd door de cocktails en een blos op mijn wangen van de zon. Of zou dat ook door die cocktails komen?
Focus Wen, je moet bellen. Nu.
Eerst Antoni.
‘Wens, het komt nu even niet uit.’ Wanneer ik eindelijk moed verzamel en Antoni bel, neemt hij met deze woorden de telefoon op. Ik sta direct op scherp.
‘Oh, het komt jou niet uit? Zit je echtgenote naast je?’ Ik kook vanbinnen, maar spreek uiterst kalm. Hij zal niets van mijn onzekerheid merken, laat staan mijn verdriet.
‘Ik sta in de supermarkt, dit lijkt me niet echt de locatie om te bespreken wat wij willen bespreken’, verklaart Antoni zich. Ik had er altijd al een hekel aan als hij voor mij sprak. Hoezo ‘wij’? Weet hij dan wat ‘wij’ willen bespreken?
Opeens heb ik hier helemaal geen zin meer in. In dit gesprek, in praten, in hem.
‘Toni,’ verzucht ik en glimlach. Hij haat het om Toni te worden genoemd.
‘Wij hebben niets meer te bespreken. Ik wil je wat zeggen en jij luistert. Dus ga gerust verder met het uitzoeken van je sinaasappeltjes, terwijl ik je vertel wat ik wil zeggen.’ Zonder zijn reactie af te wachten, vervolg ik: ‘Ik weet niet of je ooit eerlijk tegen me bent geweest en dat zal ik waarschijnlijk nooit weten. Maar een ding weet ik wel, de laatste tijd heb je me flink in de maling genomen. De telefoontjes, de beloften. Was je voor het gemak vergeten dat je GETROUWD bent? Drugs, diefstal, vernederingen, scheldpartijen…’ Ik slik mijn tranen weg. Kom op Wen, je kunt dit. ‘… ik dacht dat ik alles met je had meegemaakt. Maar dit. Doe geen moeite uit te leggen dat jullie in scheiding liggen en wat voor een vreselijke vrouw die Patty is, ik geloof er toch niks van. Ik wil nooit meer wat van je horen. Ik wil dat je me met rust laat. Voorgoed. Dat wil ik.’
Met de nadruk op het woord ‘ik’ dreun ik de laatste zinnen op. Pijlsnel verbreek ik vervolgens de verbinding en leg mijn telefoon neer.
Met een rechte rug loop ik naar de badkamer. Ik adem een paar keer diep uit en kijk dan in de spiegel. ‘Goed gedaan Wen,’ zeg ik tegen mijn spiegelbeeld, ‘maar ze heet Rosi, geen Patty.’ Mijn spiegelbeeld en ik schateren het uit.

Zodra ik het restaurant inloop zie ik hem al zitten. Mijn Roberto. Knapper dan ooit in zijn witte hemd. Wanneer hij me opmerkt, staat hij op en loopt me tegemoet. Een seconde later staan we tegenover elkaar. Zwijgend en stralend. ‘Wendy, je bent gek!’ Hij tilt me in de lucht en drukt zijn mond op de mijne. ‘Wat een verrassing, ik ben zo blij dat je er bent.’
En het is goed. Mijn hart bonkt bijna uit mijn borst terwijl mijn ogen zich vullen met tranen.
Dit keer van geluk.
Ooit las ik deze spreuk:
Je kunt het volgende hoofdstuk van je leven niet beginnen
Als je keer op keer het vorige hoofdstuk blijft lezen
Ik begrijp nu eindelijk wat ermee wordt bedoeld.

– THE END –

Nog even dit…
Gisteren belde Antoni. Ik had me vast voorgenomen niet meer op te nemen mocht hij bellen. Maar ik kon het niet laten. Ik zal jullie de details besparen, maar het eind van het gesprek was zo mooi, dat wil ik jullie graag meegeven.

‘Roberto… Dus je gaat voor je tweede keus?’ Antoni gniffelde zacht.
Er was een tijd dat ik me op dit moment geïntimideerd zou voelen, onzeker. Maar niet nu. Ik hoefde niet eens na te denken over mijn antwoord.
‘Het maakt me niet uit wat je denkt. Jou hoef ik niet meer, ik hoef niemand anders meer. Roberto is perfect. Geen leugens, geen drugs, geen echtgenoten of verrassingskinderen. Hij en ik passen bij elkaar, we houden van elkaar.’ Ik pauzeerde even om mijn woorden hun werk te laten doen. Aan de andere kant van de lijn bleef het akelig stil, alleen zijn ademhaling verried dat hij nog luisterde.
‘Dus Antoni … Roberto is geen tweede keus, hij is mijn allerlaatste keus.’

Mallorca, Een man op Mallorca, Wendy Louise

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s