Hoofdstuk 10 – Al die mannen op Mallorca…

Mallorca, Wendy Louise, Een man op MallorcaOpeens is het weer een doodnormale woensdag en zit ik achter de laptop, reisteksten te schrijven alsof er niks is gebeurd. ‘Torn between two lovers’ op repeat en een barstende koppijn. Misschien moet ik al dat gehannes vandaag maar gewoon even vergeten en doen waar ik wél goed in ben: schrijven. Want op het gebied van de liefde bak ik er maar weinig van. Two lovers? Mocht ik willen! Ik zou er niet raar van opkijken als ze beiden niets meer van me willen weten.

Na die ranzige opmerking over die drol (was niet echt poepiesjiek toch?) en die heerlijke zoen, nam Roberto de benen. Mijn benen voelden aan als trekdrop, dus ik besloot niet achter hem aan te gaan. Iets waarvan ik een half uur later, toen ik ‘veilig’ in mijn vliegtuigstoeltje gepropt zat, uiteraard ontzettend spijt had. Waarom was ik niet achter hem aan gerend? Waarom liet ik hem, zonder iets te zeggen, weglopen?

Waarom nam ik mijn telefoon niet op als Antoni belde?
Jawel, Oliver Twist speelde wél in de voorhoede, klaar om te scoren. Toen ik vanochtend wakker werd had ik al twee gemiste oproepen van hem. Die denkt natuurlijk dat je rijk wordt van schrijven… ik heb nieuws voor hem. Of zou hij alleen maar willen weten of ik veilig thuis ben gekomen?
Ja hoor, daar ga ik weer!
Misschien wordt het eens tijd om die brieven te lezen. Al die pijn van vijftien jaar geleden herbeleven zou me voorgoed genezen van de Antoni-parasiet.Mallorca, Wendy Louise, Een man op Mallorca

Gedurende de vijf jaar dat ik in de Friemelstraat woon was ik nog nooit zo vaak op zolder. Terwijl ik de doos open waarin ik de map met de brieven aan Antoni bewaar, hoor ik beneden mijn mobiel overgaan. Wat als het Roberto is? Dat hij precies nu belt, op het moment dat mijn ziel en zaligheid weer vol zit met Antoni. ‘I got a love and I know that it’s all mine’, zingt Natasha vrolijk verder. Trut, zij wel.
In een poging op tijd beneden te zijn, mis ik een trede en grijp de leuning vast. De ringtone sterft, mijn hachje is gered, maar de doos spat op de vloer van de hal uiteen. Vanuit alle hoeken kijken die twee vreselijk gelukkige mensen me aan; Antoni en Wens, schaterlachend, lief lachend, breeduit lachend. Veeg die grijns toch van jullie smoel!
Mallorca, Wendy Louise, Een man op MallorcaNadat ik wat foto’s opzij schuif, ga ik zitten. De vloer is koud, maar het maakt me niet uit. Tussen de foto’s ontdek ik zijn brieven, de brieven die Antoni aan mij schreef. Ook die bewaarde ik in deze doos op zolder.
T.Q., muac muac’. Een briefje dat ik ooit op zijn kussen vond. Hij had vroege dienst, ik was vrij. Muisstil was hij weggeslopen, zodat ik kon uitslapen. TQ staat voor te quiero, ‘ik hou van je’ in het Spaans. Muac muac is Spaans voor smaksmak, kusjes.
‘En ook al wil je het niet, ik kom toch. Antoni’ op de achterkant van de liefste brief die hij ooit schreef. Na een ruzie, dat wel. Even daarvoor schreef ik hem dat ik ‘m nooit meer wilde zien.
Te buscaré’.  Ik zal je zoeken.
‘Wens, als je me ooit verlaat… dat overleef ik niet. Tot aan mijn laatste adem… te buscaré’.
Ik veeg de hele mikmak, brieven en foto’s, bij elkaar en stop het in een vuilniszak. De doos is overleden. ‘Ik moet snel een nieuwe kopen’, fluister ik, terwijl de tranen over mijn wangen stromen.

De dagen die volgen vliegen voorbij. Het werk slokt me op en dat is maar beter ook.
Mijn mannen op Mallorca laten zich niet horen, ik word eindelijk weer mezelf.
Tot dinsdag.
Ik wil net opstaan om een bak koffie te zetten, als de deurbel gaat. De bezorger overhandigt me een gigantische bos witte rozen en wenst me een ‘prettige dag verder’.
De tekst op het kaartje komt als een verrassing.
Het spijt me zo dat ik je om geld vroeg, ik had beter moeten weten.
Ik ben thuis in Palencia, kom je me snel opzoeken? Of bel me.
Het spijt me echt heel erg Wens.
Te buscaré,
A.

Donderdagavond bel ik hem.
Twee uur lang praten we. Over van alles en nog wat, behalve onze gevoelens. Hoe kan ik überhaupt over mijn gevoel praten als ik dat gevoel niet eens begrijp? Ik voel me blij en verdrietig tegelijk, opgewekt en down. Ik wil lachen, maar ook huilen.
Die nacht droom ik van Antoni. Hij is donkerbruin gekleurd en jaagt me op. Ik ren voor mijn leven, maar hij komt steeds dichterbij. Op het moment dat hij me inhaalt, vastgrijpt en aan mijn slipje begint te sjorren terwijl hij roept: ‘Ik wil terug in je kont!’ schrik ik wakker.
Droomde ik nou juist dat Antoni een drol was? Een drol die schreeuwde dat hij terug mijn kont in wilde? Ik sta op om wat water te drinken en barst in lachen uit. Dit moet ik aan Roberto vertellen!

Roberto. Sinds die heerlijke zoen op de luchthaven van Palma schittert hij door afwezigheid. Niet geheel vreemd natuurlijk, de bal ligt bij mij.
Maar ‘mij’ is te druk met haar drol…
‘Wen, je kunt ze niet allebei aan het lijntje houden’, besluit Kim heel wijs wanneer ik haar om raad vraag. De opmerkingen op Facebook helpen ook niet. Een van jullie ‘vergeeft’ het me als ik voor Antoni mocht kiezen, omdat ik zo straal op de foto die ik van hem en mij postte, maar de rest neemt geen blad voor de mond. Team Roberdy wint het overduidelijk van team Wentoni.
Maar ik durf het niet. Ik kan mezelf er niet toe brengen die telefoon op te pakken en zijn nummer te kiezen.
Is het gek als ik zeg dat ik hem mis?
Is het vreemd als ik toegeef dat ik naar hem verlang?
Roberto, de man die ik niet langer ken dan een paar uur.
Kan ik hem verkiezen boven de man waarmee ik een verleden heb?
Zet ik een tweede kans met de man die ik met gemak de liefde van mijn leven kan noemen op het spel voor een flirt?
Maar wat als die flirt zomaar eens de échte liefde van mijn leven is?

Op vrijdagavond ga ik in bad. Omdat ik stijf sta van de spanning, al bijna twee weken hoofdpijn heb en steeds slechter slaap, besluit ik dat een maskertje geen overbodige luxe is. Een half uurtje weken in een warm bad, terwijl mijn rimpeltjes, donkere kringen en wallen worden vertroeteld door een vochtherstellend groen goedje klinkt hemels.
Mijn badje vult zich langzaam, ik reinig mijn gezicht en smeer een extra dikke laag van het masker op.
Net wanneer ik mijn kleren wil uittrekken gaat de deurbel. Ik trek de deur van de badkamer dicht, Kim geeft wel wat geld aan de collectant.
‘Wèèèèn, bezoek voor je!’ klinkt het van beneden.
Ik hijs me snel weer in mijn sjokkingpakkie en daal de trap af.
‘Oh jeetje’, hoor ik Kim nog net zeggen nadat ze een blik op mijn gemaskerd gelaat werpt om vervolgens de huiskamer in te verdwijnen.
Ik draai me een kwartslag en verstijf.
Daar, in de deuropening van mijn stulpje… In het koude Purmerend, waar het na zes uur ’s avonds uitgestorven is en alleen het oranje licht van de lantaarnpalen het straatbeeld bepaalt… Daar staat een man. Een man die helemaal voor mij, en alleen voor mij, naar Nederland is gevlogen.
‘Wendy, ik moest je zien’, fluistert hij, voordat hij zijn mond op de mijne drukt en ik zijn gezicht besmeur met mijn vochtherstellend maskertje.
Inderdaad, hij zei ‘Wendy’. Geen ‘Wens’.
Voor mijn (groene) neus staat Roberto, dé man van Mallorca!

Wordt vervolgd…

Benieuwd wat Roberto zag? Zie hier (en huiver!):

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s