Hoofdstuk 8 – De A van Antoni

Mallorca, Wendy Louise, Een man op MallorcaDie ouwe snoeperd van een Javier, wie had dat gedacht? In plaats van mijn lover wil hij gewoon mijn schoonvader worden. Niet dat je me hoort klagen, au contraire. Roberto heeft alles wat een vrouw zich kan wensen; een mooie donkere stem (yep, de stem-fetisjist is in haar nopjes), een net-genoeg-gespierd lichaam, twee koppen groter dan ik en ogen om in te verdrinken. À propos drinken… doe mij maar een wijntje. Ik moet dat op hol geslagen hart ergens mee temmen.

Nadat Roberto en ik beleefdheden uitwisselden, verdween hij naar binnen. Mijn aanstaande schoonvader keek me glunderend aan. Het gevoel was vreemd. Want ondanks dat wij elkaar ook net pas voor het eerst zagen, voelde het alsof ik Javier al jaren kende. Ik raakte ervan in de war en zag dat hij eenzelfde reactie doormaakte. ‘Vreemde situatie hè?’ glimlachte hij schaapachtig. ‘Maar nu weet je wel waarom ik er zo op aandrong dat je hierheen kwam.’
‘Pa, Mariana heeft je nodig in de keuken’, redde Roberto de situatie terwijl hij, gewapend met een nieuwe fles wijn, het terras weer betrad.
‘Eindelijk een gezicht bij de mysterieuze brievenschrijfster’, zong (hij sprak gewoon, maar mijn oortjes hoorden gezang) Roberto terwijl hij mijn glas vulde. ‘Schrik niet, ik heb ze niet gelezen,’ stelde hij me direct gerust. Ik voelde me inderdaad een secondelang alsof ik in mijn nakie voor hem stond. Die brieven! Ik moet er niet aan denken dat hij ze gelezen had. Gisterenavond had ik er een geopend. De Wendy die die brieven schreef woont allang niet meer in mijn lichaam. Ik deed die brief snel terug in de envelop, waarna ik de map met alle brieven weer veilig in het donkerste hoekje van de zolder verstopte.

De rest van de avond beleefde ik in een roes. Nadat Roberto mij de korte versie van het verhaal van zijn leven vertelde (twee serieuze relaties – die uiteindelijk toch niet serieus genoeg bleken -, geen kinderen, leuke baan en nog leukere vriendenclub) vertelde ik hem mijn verhaal. Gek genoeg was dat bijna hetzelfde. We aten en dronken, praatten en lachten. Ik had zelfs een heus knijp-in-mijn-arm momentje op een van de weinige momenten dat we alle vier stil vielen. Ik keek langzaam om me heen, naar deze mensen die een paar uur geleden nog wildvreemden waren, en kneep ongezien in mijn arm. Wat had ik een geluk! In Nederland had ik al een prachtig warm nest in de gedaante van mijn vader, moeder en Kim. Had ik nu mijn tweede warme nest op Mallorca gevonden? Het voelde namelijk wel zo.
‘Jij kan natuurlijk niet meer terugrijden naar Cala Millor’, stelde Mariana vast nadat ze een grote mok koffie voor me neerzette en de fles Hierbas tevoorschijn toverde. ‘Blijf gezellig slapen!’
Ik had me keurig aan de twee wijntjes regel gehouden, maar met mijn favoriete groene fles in het vizier en een klok die al half drie aanduidde, leek haar voorstel mij geen slecht idee.

Javiers huis bleek groter dan ik had gedacht. Niet geheel gek, de man was een vooraanstaand professor in de psychologie. Ik begreep nu waarom die huurachterstand van A hem niet meer boeide. Mariana en ik besloten samen de grote gastenkamer te nemen. Er is niemand die ooit de plek van Kim in mijn leven kan innemen, maar Mariana zou een leuke ‘derde zus’ zijn. We klikten ongelooflijk goed, vandaar dat het totaal niet ongemakkelijk was om met haar een kamer te delen. Toen Roberto aankondigde ook te blijven slapen, maakte mijn hart een sprongetje. Kon de kamerindeling nog worden gewijzigd? Uiteraard sprak ik die laatste gedachte niet uit.
We kusten elkaar welterusten (in Spanje zoen je zelfs vreemden, dus nee, dit was niet raar) en verdwenen in de respectievelijke slaapkamers.
De universiteit waar Javier college geeft, nodigt vaak gastdocenten uit. Omdat zij meestal in een van zijn gastenkamers verblijven, had hij van die handige reissetjes bestaande uit een klein tandenborsteltje met dito tandpastatubetje op voorraad.
Dankbaar poetste ik mijn tanden in de gastenbadkamer, toen de deur opeens open vloog. ‘O sorry, ik wist niet dat jij hier was.’ Ik draaide mijn hoofd om en staarde in het verbaasde gezicht van Roberto. Een grote glimlach verscheen op zijn gezicht, terwijl hij me een handdoek aangaf. ‘Hier, je lijkt net een schuimbekkende weerwolf’, lachte hij me uit. Wat kan ik zeggen? Ik poets niet netjes mijn tanden nee. Nou en?
Terwijl ik mijn wangen rood voelde kleuren (ik ben totaal niet blij met het effect dat Roberto op mij heeft), veegde ik mijn mond af. ‘Zo beter?’ kaatste ik net iets te brutaal terug.
Roberto schrok, peilde of ik het meende, en trok me vervolgens naar zich toe. Hij kuste me alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Mijn hoofd tolde en, geloof mij, dat kwam niet alleen door de Hierbas.
Net zo abrupt als het begon, stopte hij weer en duwde me iets van zich af.
‘Ik moet morgenochtend vroeg weg om te werken,’ fluisterde hij, ‘maar ik kan de middag vrij nemen.’
Had ik nog wel benen? Ik voelde mijn benen niet meer!
‘Hoe laat vlieg je terug?’
Heb ik nog wel een mond? Hoe werkt zoiets ook alweer… zeg wat Wen!
‘Acht uur.’
Zou hij het hebben verstaan? Ik sprak echt met mijn allerlaatste kracht. Ik voel me een pudding.
‘Red je het om rond twee uur terug in Palma te zijn?’
Weet je, ik knik gewoon van ‘ja’. Goed zo Wen, hoofdje omhoog, hoofdje omlaag en herhalen.
‘Dan zie ik je om twee uur bij Nassau Beach. Ik wil je beter leren kennen Wendy, vanavond was niet genoeg.’
Nassau Beach, twee uur. Focus Wen. Ga je me nu nog een keer zoenen Roberto? Alsjebliehieieieft?
‘Ok, ik ben er. Twee uur.’
Heel goed Wen, je hebt gesproken. Pak hem! Zoen hem! Kom op, waar wacht je op? Slapjanus, ZOEN HEM!

Te laat. Roberto stapte langs me heen de badkamer in en sloot de deur.

Na het ontbijt zette ik koers naar Cala Millor. Maar niet voordat ik Mariana en Javier heel hard knuffelde. ‘We zien elkaar snel weer’, beloofde Javier. Een man op Mallorca had zijn spel goed gespeeld en wat was ik hem er dankbaar voor. Mocht hij geen zin meer hebben in het geven van colleges, zou hij zo aan de slag kunnen als professioneel koppelaar.

Een klein uur later reed ik Cala Millor binnen over ‘de weg met overhangende bomen’. Zodra ik deze weg bereik, gaat mijn hart sneller kloppen. Altijd weer.
Nadat ik mijn spullen inpakte en uitcheckte bij het hotel, had ik nog wat tijd over voordat mijn date met Roberto stond gepland.
Rrrrobertooh.
Ik had nooit gedacht dat er een naam was die meer sexy klonk dan Jaavierrrr. Keihard bewijs voor het gezegde ‘zeg nooit nooit’.
Rrrrobertooh.
Ik besloot de hormonen even te laten bedaren. Tijd voor een wandeling over de boulevard.
Zodra de overbekende kustlijn mijn netvlies binnenzwom, daalde de rust neer. Met mijn rug naar Costa de los Pinos (het mooiste uitzicht bewaarde ik voor de weg terug) liep ik richting Punta d’Namer, de landtong tussen Cala Millor en Sa Coma. Ik zou er nooit aankomen (jawel, zeg gerust nooit).

Koud vijf minuten liep ik. Ik was nét gekalmeerd en dacht nergens aan. Lekker in mijn ei, struinend over de boulevard van de plek waar mijn hart woont. Minding my own business, het leven was mooi.
‘Wens?’
Achteraf denk ik ‘Waarom?’ ‘Waarom heb ik niet net gedaan of ik Wens niet was? Waarom ben ik niet gewoon stug doorgelopen, blik op oneindig en vooral niet omkijken. Run Wens, run!
Maar dat is achteraf.
‘Antoni?’ De enige die me Wens noemt, de A van Antoni. Het moest hem wel zijn.
Op het moment dat ik me omdraaide, was ik oprecht blij dat ik dat had gedaan. Voor me stond Antoni, mijn Antoni. Geboren Antonio, maar zó niet blij met zijn oer-Spaanse naam dat hij hem verruilde voor de Catalaanse versie. Ondanks dat hij niets met Catalanen had, hij kwam immers uit Palencia. De allermooiste stad van Spanje, onderdeel van de meest prestigieuze provincie, Castilla y Leon. Maar toch gaf hij de voorkeur aan een Catalaanse naam, Antoni, met de klemtoon op de eerste lettergreep. En waag het niet hem ‘Tony’ te noemen!
Zo’n ‘mannetje’ was het altijd. Maar de man die nu voor me stond, vulde mijn hart met blijdschap.
De laatste keer dat ik hem zag was hij zwaar verslaafd aan de drugs. Broodmager, een grauw gezicht met lege ogen. De man die mij nu aankeek was gezond. Grijzend bij de slapen, maar ogen die springlevend de mijne vasthielden. En terwijl ik me in zijn armen stortte, voelde ik zelfs een klein bierbuikje.

Nadat we minutenlang zo stonden, een zwijgende omhelzing die geen woorden nodig had, stapte ik voorzichtig naar achteren.
‘Hoe…?’
‘Ik zag op je Facebookpagina dat je op het eiland was. Dan is er maar een plek waar ik hoef te zoeken.’
Tja. Ik heb hier te doen met de man die mij, op mijn vader na, het best kent. Logisch.
‘Wat wil je Antoni?’
‘Jou zien Wens.’
‘Nou, je hebt me gezien.’
‘Grapjas. Kom, ik trakteer je op een kop koffie.’
En hop, gedwee als een volgzame pony liep ik achter hem aan.

Mallorca, Wendy Louise, Een man op Mallorca
Antoni & Wens op Lanzarote

Een half uur later was het alsof ik net uit een tijdmachine stapte. Antoni en ik waren terug in de goede tijd. Lanzarote, waar het begon. Zonder drugs en ellende. Zonder dat klote Pacha’s, die verrekte kersentent waar hij begon te snuiven.
We zaten in onze Lanzarote bubbel. Waar we werkten in Hotel Corbeta. Een vervallen bungalowpark dat onderdak bood aan meer kakkerlakken dan gasten. Waar continu een rioollucht hing, omdat de depuradora (het apparaat waarmee het riool werd gereinigd) constant ontplofte. Het park met zoutwaterzwembaden, waar tijdens elke regenbui de stroom uitviel. Urenlang.
Maar waar geen mens klaagde. Omdat Hotel Corbeta de leukste groep werknemers van alle Canarische Eilanden kende. Een team vrienden dat liefde uitstraalde. Een geweldig team waar Kim en ik onderdeel van uitmaakten. Misschien wel de beste drie jaar van mijn leven.
Het laatste jaar was Antoni er ook en werd het alleen maar mooier.

‘Wens, ik ga naar huis.’ Met een dreun haalde hij me uit mijn bubbeltje. Vervolgens vertelde Antoni mij dat hij zich op een keerpunt in zijn leven bevond. Nadat ‘ik hem meesleurde naar Mallorca’, zoals hij het zo liefdevol verwoordde, was hij op het eiland blijven hangen. Maar hij was er nu klaar mee. Al acht jaar was hij clean, had hij alle verleidingen weerstaan. Het was tijd om terug te keren naar zijn roots en te werken aan een nieuw leven. Een echt leven, zonder toeristen.
‘Hoe toevallig is het dat jij nu weer terugkomt in mijn leven? Precies op dit moment?’
Niet toevallig, lijkt mij. Je zoekt me bewust op. Je belt me zelf, ik bel jou niet! Mijn hersenen antwoorden bruut op Antoni’s vragen, maar ik zwijg.
Opnieuw kan ik niet tegen hem ingaan. Ik kijk hem aan en lach. Hij ziet er ook zo goed uit. Zo gezond. Ik heb lange tijd gevreesd een telefoontje van zijn moeder te krijgen met de mededeling dat hij dood was. Het kon nooit lang duren, die drugs zouden zijn ondergang betekenen.
Maar nu zat hij hier, tegenover me, levend en wel. Zo gezond. Ik was zo blij voor hem.
‘Vlieg je vandaag alweer naar huis?’
Zijn vraag schudt me wakker. ‘Hoe laat vlieg je terug?’ hoorde ik al eerder. Vannacht.
Ik heb een date! Om twee uur. O God, hoe laat is het eigenlijk?
‘Ik vlieg om acht uur’, antwoord ik terwijl ik mijn telefoon pak om de tijd te checken.
Half een, gelukkig. Ik ben nog op tijd.
‘Mooi, dan hebben we nog de hele middag. Zullen we een eindje lopen?’
Zonder maar te vragen of ik misschien nog andere plannen heb, neemt Antoni aan dat ik de middag met hem doorbreng. Maar als ik nu wegga, ben ik nog op tijd voor mijn date met Rrrrobertooh.
‘Antoni, eigenlijk moet ik om twee uur in Palma zijn.’
‘Oh. Sorry. Dat wist ik niet.’
Verslagen kijkt hij me aan. De vertrouwde eigengereide ogen staan verdrietig.
‘Misschien kun je me dan een keer komen opzoeken zodra ik terug ben in Palencia?’
Rrrrobertooh begrijpt het vast wel. Via Javier achterhaal ik zijn telefoonnummer zodra ik terug ben in Nederland. Dan bel ik hem morgen meteen op om het uit te leggen en is alles weer goed. Toch?
‘Mag ik je telefoonnummer Wens? Dan bel ik je af en toe, gewoon om bij te kletsen.’
Terwijl Antoni zijn telefoon pakt, maken mijn hersenen overuren.
Als ik heel eerlijk ben, wil ik bij hem blijven. Horen over zijn leven. Heeft hij mij ook gemist? Wat heeft hij al die jaren gedaan?
‘Wat is je nummer?’
Maar Rrrrobertooh dan? Hij was zo leuk! Waarom zegt nou niemand wat ik moet doen? WAT MOET IK DOEN?!
‘Weet je,’ zeg ik, terwijl ik de telefoon uit zijn hand pak en op het tafeltje leg, ‘die afspraak in Palma is niet zo belangrijk.’


Wordt vervolgd…

en hopelijk willen jullie het nog lezen…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s