De prins en het witte poeder

Kikkeropwitpaard‘Jammer toch dat die meiden van jullie het nooit gevonden hebben hè?’
Het was weer eens zover…
Mijn ouders organiseerden een reünie met een groep oude vrienden. En nadat Kim en ik ook even een wijntje mee hadden gedronken en weer opgestapt waren volgde de overbekende zin. Gevolgd, zoals altijd, door de evenzo populaire oneliner ‘Het zijn toch zulke leuke meiden, hoe kan dat nou?’

Hoe dat kan? Het is simpel.
Ik was 26 toen ik de liefde van mijn leven leerde kennen. Ironisch genoeg betekent zijn naam ‘engel’ in het Spaans, hij was verre van dat.
Zijn vrienden hadden allemaal dezelfde bijnaam voor hem. Uiteraard in het Spaans, maar vrij vertaald in het Nederlands betekende zijn bijnaam ‘vuurvlieg’. Een insect dat alleen zichtbaar is in het donker. Ik had toen al kunnen weten dat mijn prins meer weg had van de Prince of Darkness. Maar het was te laat, ik was verliefd.

Het werd een mooi jaar. Eerst op Lanzarote, later verhuisden we naar Mallorca. Daar ging het mis. Na een paar vreemde maanden waarin ik af en toe serieus aan mezelf ging twijfelen, kwam ik achter het grote geheim van mijn engel. Werken deed hij al een tijdje niet meer, geld leende hij gewoon van mij. Lenen betekent echter dat het geleende op zijn tijd weer teruggegeven wordt. Dat laatste vergat hij voor het gemak maar. Ik had dat geld toch niet nodig, ik werkte zes dagen in de week, veertien uur per dag. Wanneer moest ik het uitgeven?
Het ging heel ongemerkt en ik tilde er niet zo zwaar aan. Ik was verliefd.

Tot ik een keer zijn kleren opruimde en er een snuif-pijpje uit zijn zak viel. Het hoge woord kwam eruit. Meneer was verslaafd… En ik moest niet denken dat hij zou stoppen, daar wilde hij niets van weten. Hij was verliefd.
Op Co…
Co caine.
Mijn prins had zijn witte paard verkocht voor het witte goud.
Jaren heb ik gehuild. Om hem, om ons. En uiteindelijk om mezelf.
Tot ik hem vier jaar na onze breuk geheel toevallig tegenkwam. Precies op de plek waar we elkaar ooit voor het eerst ontmoetten. Mijn engel zag eruit als de vleesgeworden duivel. Broodmager, een paar tanden minder en in zijn ogen een lege blik. Het was toen dat ik ophield met huilen.

Vóór de engel heb ik nog een grote liefde gekend, de Duitse J.
Iedereen die Zomerster heeft gelezen weet hoe dat is afgelopen. Vond Mandy in Zomerster troost in de sterke armen van redder Rafael, Wendy in de grote-boze-mensen-wereld heeft nog ruim een jaar lopen treuren.

Nu leef ik dus mijn zorgeloze leventje. Het geld dat ik verdien is van mij en verdwijnt niet in de neus van de engel des doods. Nooit meer hoef ik bang te zijn dat mijn beste vriendin ‘verstop de Bratwurst’ speelt met mijn vriendje.
Want ik heb geen vriendje.
En volgens velen is het dus ‘jammer dat ik die niet gevonden heb’.
Nou ik heb het ooit wel gevonden hoor, maar met wat ik vond was ik op zijn zachtst gezegd niet zo blij.
Dus is het heel erg als ik het niet meer wil vinden?
Nee, dacht ik ook niet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s