Hoebahop zei de dubbele dooier

marsipulamiOp het moment zie ik overal paartjes. Twee eenden die samen zwemmen, twee paarden bil aan bil in de wei, twee schoenen aan mijn voeten… En opeens realiseer ik me weer eens dat ik geen paartje ben. Of ben ik dat toch wel?


De trouwe bezoeker van deze site heeft haar naam al een aantal keer voorbij zien komen. Maar voor degene die hier voor het eerst komt, mag ik je voorstellen aan mijn zus, Kim. Eigenlijk noemde ik haar altijd mijn zusje. Tot iemand eens aan mij vroeg hou oud mijn zusje eigenlijk was. Klaarblijkelijk is zusje  geen juiste benaming voor een volwassen vrouw. Toch zal Kim altijd mijn zusje zijn, ze is nou eenmaal drie jaar jonger dan ik.
Ik weet nog goed hoe het was toen Kim ‘in de buik van mama’ zat. Opeens werd de lege kamer in ons huis aangekleed. Urenlang zat ik in de lege wieg, dromend over mijn zusje dat daar eerdaags in zou liggen. Want dat het een meisje werd wist ik zeker, jongens bah! Die uitspraak heb ik al jaren niet meer gedaan…
Uiteraard werd het een zusje. Een klein aardappeltje met de grootste donderbruine ogen die ik ooit had gezien. En toen ze groter werd, werd ze mijn beste vriendin.  Dubbele dooier noemen ze ons als we weer eens tegelijkertijd precies hetzelfde zeggen of doen. Ons lijflied is de Hoebahop Song van Marsupilami God Dennie Christian, Wij zijn twee vrienden, jij en ik!

Door de jaren heen hebben Kim en ik een unieke band opgebouwd. Vanavond was weer een van die avonden waarop ik me zo gelukkig prijs met haar, dat ik besloot een blog aan haar op te dragen. De aanleiding is te suf voor woorden en deel ik uiteraard graag met jullie. Op een zondagavond zaten we wat te zappen en verdwaalden we plots naar de Tros. Een omroep waar ik nooit naar kijk, maar de behoefte om snel door te zappen werd afgeremd door de aanblik van een heerlijk exemplaar van het andere geslacht gehuld in een kanariegele onderbroek. We waren terechtgekomen in een aflevering van de Zomer voorbij. Een programma van Jantje (sorry hoor, maar een Jan is hij toch nog steeds niet?) Smit en het lekkere stukje vlees in kwestie bleek Simon. Van Nick.
Nadat Kim een lofzang van een half uur moest aanhoren over hoe lekker die Simon volgens mij wel niet was en ik spontaan op Funda naar huizen in Volendam ging zoeken, kreeg ik een paar dagen later een cadeau. Mijn zusje had voor mij de cd van Nick en Simon gekocht.
Wat is ze toch een schatje en wat is dat een kutmuziek!
Het feit dat ik die man niet te versmaden vind, wil toch niet zeggen dat ik spontaan palingsound freak ben?  Maar ondertussen werd het wel onze favo cd, supergeschikt voor een avondje op de bank met een flesje Gran Sangre de Toro en uitermate geschikt voor een lange autorit. Melig meegalmen met super suffe teksten en hobbelen op je stoel op het ritme van de hoempapa beat.

Zo ook vanavond. Ik was een beetje in de mineurstemming. Ex-vriendje dat weer contact zoekt, maar ondertussen wel met moeder de vrouw en twee lelijke, stomme, achterlijke (eigenlijke hele leuke ventjes) kinderen de happy family uithangt, dat soort dingen.
Ik trakteerde mezelf op een glaasje Hierbas en ging op het randje van de sofa een beetje voor me uit zitten staren, genietend van ons geweldige uitzicht, met in de verte het knipperende licht van de Rembrandttoren in Amsterdam Oost.
Opeens stond ze naast me, mijn lieve kleine zusje en op de klanken van Pak maar mijn hand pakte ze daadwerkelijk mijn hand en zong ze uit volle borst mee met de geile geelgeslipte Jas.

Daarom mis ik het dus niet, het ‘geen paartje zijn’. Ik ben namelijk wel degelijk de helft van een paartje, een Marsupilami paartje, een Marsupilaartje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s